“Ja, bon, dat was wel ietsje te zout. En uw broek is vuil, waarom is uw broek vuil, die is pas gewassen. En waarom lekt de kraan? Ah, vergeten volledig te sluiten, plausibel. Dom, ook. En nee Julie, Malraux, Malraux, alleen Malraux, hou u nuttig bezig. Ma ’t is al zo lang geleden! Ik zeg neen, nu, dissertation, gij en schrijven! ’t Is trouwens een beetje koud – ja geit, uw raam staat open. Sluiten en SCHRIJVEN! Dit is uw werkweekend.” Het gaat hier niet om een ware conversatie, maar om het intern debat dat ik het afgelopen kwartier met mezelf heb gevoerd. En heb verloren. Ik verklaar mij nader. Mijn roerei ter avondmaal was iets te gezouten wegens een overschatting van mijn zachte schudcapaciteiten met het zoutdoosje (dat weten we dan ook alweer), ik had mijn kraan niet helemaal toegeduwd en was mijn raam vergeten te sluiten. En voorts zou ik nu aan mijn dissertatie van de 20ste eeuw moeten schrijven maar zoals reeds bewezen in hoofdstukken 1 t.e.m. 1000 van Het Leven van Julie (een ware aanrader) doet dedees weer aan studieverzuim. Maar ik heb een writer’s block. Voor dissertaties althans, dit gaat dan weer verdacht vlot. Maar het is lang geleden, ik wil één en ander kwijt en over een half uur verwacht ik mensen dus van die dissertatie (nog twee delen en een conclusie te schrijven, voor de groupies out there, to make you sleep at night he) zou toch niet meer veel in huis komen.
Ik vind het zó bizar dat het al december is, wat wil zeggen dat ik nog 2 weken les heb en dan Kerstverlof/-blok en dan nog eens een 2-tal weken partiels en dan is mijn Erasmus bijna voorbij. Hoe snel kan een semester gaan? Ik geloof het niet, ik kan het écht niet geloven dat het al december is. Oké, de kerstjingles in Starbucks (ja, ik heb een probleem ja) en de kerstmarkt voor mijn RER-ingang zijn lichte hints in die richting, maar echt december? Zo met Sinterklaas en kerstbomen? Neuh. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik hier nog maar pas zit, ik bedoel, ik ben nog niet eens in het Louvre binnengeweest sinds mijn aankomst. Maar ik kan wel al aan buitenlanders de weg tonen – buitenlanders die verdacht verontrust kijken wanneer ik mijn mond opendoe en dan blijkbaar toch niet zo’n supervlotte directions kan geven (maar ze zijn wel juist!). Bon, dit alles is dus een reden te meer om met volle teugen van het Erasmusleven te genieten – maar dan zijn er weer die dissertaties te schrijven. ’t Leven is ne straad.
Waar was ik gebleven? Ahja, De Komst van Pater Emilius en Ridder Laos. Een heel leuk en zonnig weekend, met de nieuwe beaujolais, een soirée bij mij – die was momentaan vereeuwigd in mijn tapis plein, ne mindere – een bezoek aan Vader Destoel (ik ben echt niet grappig, maar dit keer is het avond en dat geldt ook als volwaardig excuus), Le Bidule, cava op Trocadéro en een visite aan Versailles. Veel bijgepraat en vertrouwd Leuvengevoel, het tweede semester wordt toch ook wel zeer aangenaam. De afgelopen twee weken heb ik dan weer veel werk gehad en terug meer onder de Erasmusmensen geleefd, onder andere een kunstige muziek-poëzie combinatie in het Centre Pompidou en een studiepoging in Starbucks ondernomen (die op de occasionele jingle bell rock en silent nights na nog vrij goed lukte). Ik heb ook als het ware nog eens een familielid teruggezien, nonkel Rudi die toevallig op de Champs-Elysées te vinden was. De eerste resultaten zijn ook binnen, een zotte 20 en een ander cijfer dat, laat ons zeggen, niet het vermelden waard is.
De komende twee weken zijn gevuld met dissertaties, devoirs sur table en partiels maar met de nodige ontspanning tussendoor denk ik dat dat wel moet lukken. Vervolgens trek ik een weekend naar het zuiden van Frankrijk, alwaar ma petite Ali vertoeft en daarna is er de geplande Kerstretour en Belgique. Het wordt nog mooi.
Zo, ik heb weer een halfuur volgeleuterd maar nu is het thuisfront ook weer up to date. Ik kan er nog steeds niet bij dat het al december is, dat is te zarbi – verlan voor bizar, zie mij hier totaal Frans zijn.
Ik zet trouwens mijn schoen op 6 december, on ne sait jamais.